Nieuwsbrief



Voor een werkend Europa

De Europese integratie heeft Nederland veel voordelen gebracht. Om dat zo
te houden moet de EU haar prioriteiten bijstellen en zich beperken tot haar
kerntaken.
In dit programma geeft de VVD haar ideeën om Europa beter te laten
werken. Zo wil de VVD: het nutteloos rondpompen van geld tegengaan, de
lastendruk verlagen, kopgroepen vormen voor een vrije dienstenmarkt en de
EU meer mogelijkheden geven om terroristen, criminelen en fraudeurs te
bestrijden. Verder pleit de VVD voor investeringen in duurzame energie en
kernenergie, een Europese blauwe migratiekaart, Europese solidariteit bij het
verdedigen van Europese waarden en terughoudendheid met verdere
uitbreiding.
De VVD wil een Europa waar ondernemers, werknemers en studenten zich
vrij kunnen bewegen en het beste uit zichzelf kunnen halen. De VVD gaat
voor een werkend Europa.

1. Nederlanders hebben veel baat bij een Europese Unie van
kerntaken

Het staat buiten kijf dat de Europese Unie van groot belang is voor
Nederland, voor Europa en voor de wereld om ons heen. Zij is bij uitstek een
liberaal project: een ruimte van democratie en stabiliteit met een
gemeenschappelijke markt vrij van belemmeringen voor burgers en
bedrijven. De Nederlander kan vrij reizen, heeft een sterke munt tot zijn
beschikking, verdient door de economische integratie gemiddeld duizenden
euro's per jaar meer en geniet van een groot scala aan producten. De
oorspronkelijke doelen: nooit meer oorlog tussen lidstaten, economische
welvaart en bescherming van de democratie zijn ruimschoots gehaald. Al
meer dan 60 jaar vrede, we zijn rijk als nooit tevoren en de Sovjet-Unie
bestaat niet meer.
De balans van de Europese integratie is kortom zeer positief. Maar behaalde
successen mogen ons niet gemakzuchtig maken. De negatieve uitslag van het
referendum geeft aan dat veel Nederlanders ontevreden zijn. De EU wordt
gezien als een elite-project voor Eurocraten die ver weg staan van de
problemen van alledag. Europa bemoeit zich met teveel zaken, de
uitbreidingen zijn te snel gegaan, afspraken worden niet nagekomen en
hebben voor de grote landen niet dezelfde betekenis als voor de kleine. Het
terugwinnen van het vertrouwen moet prioriteit hebben. Hierin past ook het
streven om met het Europees Parlement op één in plaats van twee locaties te
vergaderen.
Het vertrouwen wordt niet teruggewonnen door glanzende brochures, grote
beloftes en ronkende persverklaringen. De VVD vindt dat de EU haar
prioriteiten moet bijstellen, de dingen moet doen die het aankan en de rest
aan nationale of regionale overheden moet overlaten. De EU moet zich
richten op de uitdagingen van de 21ste eeuw zoals globalisering, veiligheid,
klimaatverandering, immigratie, vergrijzing, terrorismebestrijding, energie en
water.
Omdat iets belangrijk is, hoeft het niet noodzakelijk door de Europese Unie
gedaan te worden. Alleen als er belemmeringen voor het onderlinge
economische verkeer zijn, grensoverschrijdende problemen in het geding zijn
en er schaalvoordelen kunnen worden benut moet de EU er met volle kracht
voor gaan. Zo niet, dan blijft het een nationale aangelegenheid. Dit maakt de
VVD realistisch, kritisch en ambitieus. De VVD kiest voor een krachtig Europa
van kerntaken.

2. Geen federaal Europa, wel meer samenwerking

Europa is een verzameling van staten die bepaalde taken gezamenlijk willen
uitvoeren en daarvoor gemeenschappelijke regels opstellen. Een federaal
Europa met een centrale regering in Brussel zal er niet komen en de idee dat
Europa zich naar een superstaat ontwikkelt is niet aan de orde. De
Nederlandse staat en de Nederlandse identiteit zullen behouden blijven.
Europa´s kracht ligt in haar verscheidenheid. Dit betekent niet dat de
lidstaten geen dingen gezamenlijk mogen doen. Maar alleen als die voor de
Europese burgers een meerwaarde hebben.
Het is goed dat het Europees Parlement in het nieuwe verdrag meer
bevoegdheden krijgt. Maar Nederland mag niet achterover leunen want
Europees beleid is binnenlands beleid. Dus Europese ontwikkelingen moeten
in Nederland serieuzer worden gevolgd. Ons parlement moet zich niet voor
voldongen feiten laten plaatsen en beter controleren wat Nederlandse
ministers in ‘Brussel' besluiten. Ministers moeten met duidelijke richtlijnen op
pad worden gestuurd en indien nodig moet er aan de handrem worden
getrokken wanneer de Europese Commissie al te activistisch wordt. De VVD
heeft er voor gezorgd dat de Europese Commissie haar plannen moet herzien
als de helft van de nationale parlementen tegen een voorstel is.
Maar de Europese bemoeizucht komt niet alleen uit Brussel. Nederland maakt
het zichzelf vaak onnodig moeilijk door Europese wetten strenger in te voeren
dan nodig is. Zo maakte de toenmalige minister van VROM een directe
koppeling tussen de Europese wetgeving over fijnstofnormen en de
ruimtelijke ordening in Nederland. De Europese wet verplichtte dit niet.
Resultaat is dat veel bouwprojecten stil zijn komen te liggen.
Fouten uit het verleden moeten worden hersteld. De Nederlandse overheid
moet alsnog de extra nationale wetgeving op bestaande Europese richtlijnen
als de fijnstofrichtlijn, de Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura 2000
terugdraaien. De VVD blijft er op toezien dat ministers geen extra wetgeving
bovenop de Europese plaatsen.

3. Een betere Europese markt

De Europese gemeenschappelijke markt is de belangrijkste pijler van de
Europese welvaart. De Nederlandse thuismarkt is niet groot en Nederlandse
ondernemers moeten het daarom hebben van de export naar de Europese
markt met bijna 500 miljoen consumenten. De toegenomen handel heeft de
welvaart in de EU verhoogd met 10 procent van het nationaal inkomen. Dit
komt overeen met 60 miljard euro of ruim achtduizend euro per huishouden
per jaar. Het productaanbod is aanzienlijk gegroeid en de kwaliteit van de
producten wordt beter gecontroleerd. De Europese markt vergt voortdurend
onderhoud en de Europese Commissie moet er dus op toezien dat landen die
de regels aan hun laars lappen harder worden aangepakt. Ter bevordering
van het internationale handelsverkeer dringt de VVD er nadrukkelijk op aan
verdere belemmeringen terug te dringen door een succesvolle afronding van
de DOHA-ronde. Juist in tijden van economische tegenwind is het van belang
protectionisme te bestrijden met bindende regels in het kader van de
Wereldhandelsorganisatie.

Om nog beter te profiteren van de gemeenschappelijke markt is de VVD van
mening dat Nederland, eventueel in kopgroepen per onderwerp met
gelijkgezinde Europese landen, dient te streven naar:

• een volledig vrije dienstenmarkt, inclusief gezondheidsdiensten en een
vrije postmarkt;
• een vrije transportmarkt door het verder ontwikkelen van trans-Europese
netwerken over weg, water en spoor;
• bevordering van de administratieve lastenverlichting voor burgers en
bedrijven en bestrijding van fraude, onder meer door drastische
vereenvoudiging van het BTW-systeem;
• de invoering van een gezamenlijk en betaalbaar Gemeenschapsoctrooi;
• de invoering van een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, ter vereenvoudiging van lasten voor het
bedrijfsleven en ter verbetering van de openheid en het
investeringsklimaat.

Andere landen kunnen zich later bij deze kopgroepen aansluiten.
De samenleving internationaliseert in hoog tempo. Internationalisering van
het onderwijs is daarom van groot sociaal-cultureel en economisch belang. De
Unie moet hierbij meer dan nu een stimulerende rol spelen. Studenten
moeten meer mogelijkheden krijgen in het buitenland te studeren en
toptalent uit het buitenland moet actief worden aangetrokken.
De euro is belangrijk voor het functioneren van de gemeenschappelijke
markt. De gezamenlijke munt biedt burgers en bedrijven gemak, kansen en
stabiliteit. Dankzij de euro zijn de deelnemende landen beduidend minder
kwetsbaar voor financiële crises. Om ook in de toekomst de stabiliteit van de
euro, onze koopkracht en onze pensioenen te garanderen moeten de
gezamenlijke regels door alle landen nauwgezet worden nageleefd en het
financiële toezicht waar nodig worden verbeterd. Regels mogen niet door
grote lidstaten worden overtreden zonder dat dit tot sancties leidt. Afspraak
moet weer afspraak zijn.

4. Terughoudendheid met verdere uitbreiding van de EU

De uitbreidingen hebben de EU tot de grootste economische markt van de
wereld gemaakt en stabiliteit en democratie in voormalige dictaturen
gebracht. Nederland heeft hier volop van geprofiteerd. De VVD is voorstander
van de uitbreiding geweest maar wil nu een pas op de plaats. De EU is de
uitbreidingsrondes met twaalf nieuwe lidstaten nog aan het verwerken.
Toezeggingen moeten worden nagekomen. Maar voor de VVD staat vast dat
de EU tot 2014, op eventueel Kroatië na, geen nieuwe lidstaten kan
opnemen.
Voor de toekomst houdt de VVD onverkort aan de toetredingscriteria vast en
wil zij dat deze strenger dan in het verleden worden toegepast. Toetreders
moeten daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoen. Want als een land
eenmaal lid is, blijkt het moeilijk corrigerend op te treden. Ook is de wil om
problemen als corruptie aan te pakken dan vaak gering. Voor de VVD is van
groot belang dat een uitbreiding in de maatschappij steun ondervindt. Het
draagvlak voor de Europese samenwerking mag niet in gevaar worden
gebracht.
Turkije neemt een bijzondere positie in. Het toetredingsperspectief heeft daar
politieke en economische hervormingen gestimuleerd. Het is aan Turkije om
te laten zien dat het zich daadwerkelijk tot een democratische rechtsstaat
ontwikkelt die alle Europese regels toepast. Voor de toetreding van Turkije
wordt strikt de hand gehouden aan de geldende eisen. De VVD zal zich er niet
bij neerleggen dat hiermee wordt gesjoemeld.

5. Democratie, mensenrechten en vrijhandel hoekstenen buitenlands
beleid

De Europese Unie is een economische reus maar een politieke dwerg. De VVD
ziet in dat dit niet zal veranderen zolang de grote lidstaten over zaken als de
oorlog in Irak van mening verschillen. Gelukkig heeft Europa tot nu toe altijd
kunnen terugvallen op de militaire steun van de VS. Maar het wordt tijd dat
Europa meer verantwoordelijkheid neemt bij het voorkomen en oplossen van
internationale conflicten. Het buitenlands en defensiebeleid blijven in nauwe
samenwerking met de NAVO-partners plaatshebben.
Bij het gemeenschappelijke buitenlands beleid van de Unie moeten de
bevordering van democratie, mensenrechten en vrijhandel voorop staan.
Hoewel de EU geen militaire macht is, kan zij wel degelijk invloed in de
wereld uitoefenen via niet-militaire middelen. Zo is de EU de grootste
ontwikkelingsdonor van de wereld en moet zij dit middel beter gebruiken om
deugdelijk bestuur en goed beleid te bevorderen. Wanneer ontwikkelingsgeld
door de leiders van ontvangende landen niet rechtmatig wordt besteed moet
dit diplomatieke en financiële consequenties hebben.

6. Europese samenwerking voor onze veiligheid

De globalisering brengt grote voordelen met zich mee waarvan Nederland en
de EU profiteren. Maar doordat grenzen vervagen wordt het voor terroristen,
producenten van kinderporno, mensenhandelaren, de maffia en andere
criminelen gemakkelijker hun misdaden te plegen zonder gepakt te worden.
De EU moet daarom meer middelen vrijmaken voor een Europese grens- en
kustwacht om criminele activiteiten te voorkomen en ongewenste invoer en
immigratie tegen te gaan.
Ook werken nationale politiekorpsen en inlichtingendiensten in de EU-landen
tot nu toe onvoldoende samen. Intensievere politiesamenwerking is dringend
gewenst, zeker als het gaat om de bestrijding van de zware georganiseerde
misdaad en terreur. Daarom moet Europol eigen opsporingsbevoegdheden
krijgen en een systeem van gekoppelde, nationale DNA-banken met DNAgegevens
van criminelen tot haar beschikking hebben. Vervolging blijft weleen nationale zaak.
De VVD aanvaardt dat inbreuken op de privacy soms helaas noodzakelijk zijn om
de veiligheid effectief te beschermen. Maar de VVD is tegen privacybeperkingen 
die alleen maar leiden tot duurbetaalde schijnveiligheid.
De EU moet haar waarden als godsdienstvrijheid, de scheiding tussen kerk en
staat en de vrijheid van meningsuiting met trots verdedigen. De EU en haar
Lidstaten lieten Denemarken in de kou staan tijdens de cartooncrisis. In dit
soort gevallen moet de Unie zich onvoorwaardelijk achter haar lidstaten
scharen. Eén voor allen, allen voor één!
Maar bedreigingen uiten zich niet alleen in terroristische en criminele
activiteiten. Ook met gevaren als een grieppandemie moet rekening worden
gehouden. Bij een uitbraak van een pandemie moet de Europese Commissie
binnen 24 uur crisismaatregelen kunnen nemen.

7. Europees landbouw- en regionaal beleid op de schop

De VVD vindt dat het landbouwbeleid drastisch moet worden hervormd. In
een tijd dat de vraag naar voedsel overweldigend is, is het niet nodig de
voedselproductie te subsidiëren. De nadruk van de Europese subsidies ligt nu
op directe inkomenssteun aan boeren en plattelandsontwikkeling. Deze
subsidies bedragen momenteel 40 procent van het Europese budget. Dit moet
bij de eerstvolgende mogelijkheid, in 2013, gewijzigd worden.
Boeren moeten weer kunnen ondernemen en tegen wereldmarktprijzen
concurreren, zodat consumenten goedkopere producten kunnen kopen en
producenten in ontwikkelingslanden niet tegen hoge Europese tariefmuren
oplopen. Daarnaast moeten zij worden beloond voor een duurzaam
landschap. Maar we moeten af van het systeem waarin Nederlanders via
Europa mee moeten betalen aan de financiering van een kinderboerderij in
Duitsland, een golfbaan in Ierland of een fietspad in Frankrijk. De VVD pleit er
voor de financiering van het Europees landbouw- en plattelandsbeleid te
decentraliseren en nationale of regionale overheden zelf te laten bepalen
waar en hoeveel zij in plattelandsontwikkeling willen investeren.
Het Europees landbouwbeleid zal dus drastisch moeten wijzigen, maar kan
niet geheel verdwijnen. De EU moet er wel op toezien dat er geen
marktverstoringen tussen de lidstaten plaatshebben. De Europese Commissie
blijft namens de EU de onderhandelingen bij de Wereld Handels Organisatie
voeren en bij extreme gevallen moet de EU weer gemeenschappelijke prijzen
kunnen afdwingen om de voedselzekerheid te garanderen.
Ook vindt de VVD dat het regionaal beleid drastisch moet worden hervormd.
De rijke Europese landen moeten solidair zijn met de armere lidstaten. Deze
landen moeten aansluiting vinden bij het Europese welvaartspeil. Maar
Europese subsidies moeten effectief worden besteed. De rijkere Europese
landen kunnen zelf hun broek ophouden en het rondpompen van Europese
subsidies werkt fraude in de hand. Dus geen Europees regionaal beleid voor
de rijkere lidstaten. Nederland zal minder regionale steun uit Brussel krijgen
maar zelf ook minder afdragen.
Op basis van duidelijke nationale plannen kunnen Europese subsidies direct
naar de arme regio´s gaan. De nationale autoriteiten van de ontvangende
lidstaten zijn verantwoordelijk voor de besteding van het geld. Wanneer dit
niet rechtmatig gebeurt en de doelstellingen niet worden verwerkelijkt
moeten landen het geld terugbetalen en stopt de financiële steun.
Het Centraal Plan Bureau heeft uitgerekend dat deze hervormingen van het
landbouwbeleid en het regionale beleid de helft van de Europese begroting
vrijspeelt. Het vrijgekomen geld kan door de lidstaten gerichter worden
besteed, terwijl de Nederlandse boeren en de arme regio's in Europa er
financieel niet op achteruit gaan.

8. Strengere controle op besteding Europese gelden

Een betrouwbaar Europa kan zich niet veroorloven dat de Europese
Rekenkamer geen goedkeurende verklaring geeft. 'Brussel' krijgt dan de
schuld maar vaak wordt vergeten dat de lidstaten zelf 80 procent van de
Europese begroting beheren. Lidstaten moeten het initiatief van Nederland
volgen en politieke verantwoordelijkheid nemen voor de bestede Europese
gelden.
Uit angst voor reputatieschade ondernemen de Openbaar Ministeries van
lidstaten te weinig actie tegen het onjuiste gebruik van Europese subsidies.
De VVD vindt dat wanneer lidstaten, individuen of (nationale of Europese)
instellingen fraude plegen met Europese gelden, een onafhankelijke Europese
instantie een procedure moet kunnen starten om gelden terug te vorderen
indien de betrokken nationale instanties hierin tekort schieten.

9. Verminderen energieafhankelijkheid

De klimaatverandering is een stimulans voor Europa om het energieverbruik
te matigen en de afhankelijkheid van instabiele regimes te verkleinen. Vooral
de afhankelijkheid van olie en gas is zorgwekkend. Europa is verslaafd aan
olie als de junkie aan de naald. Zij voert 50 procent van haar energiebehoefte
in: 45 procent van de olie komt uit het Midden-Oosten en 40 procent van het
gas uit Rusland. Als er niets wordt gedaan, stijgt de afhankelijkheid van
buiten de EU in 2030 tot 70 procent. Onze buitenlandse politiek zal daardoor
onder grote druk komen te staan. Nu al speelt Rusland de lidstaten uit elkaar
door de energiebevoorrading in te zetten als politiek
onderhandelingsinstrument.
Een gemeenschappelijk energiebeleid met een betere aansluiting van elkaars
elektriciteitsnetten en gas- en oliepijpleidingen is dan ook noodzakelijk. De
EU moet onderzoek en ontwikkeling stimuleren en de opbouw van trans-
Europese energie- en infrastructuurnetwerken helpen financieren.
De VVD is voor duurzame energie. Het gebruik van kolen, olie en gas moet
worden afgebouwd vanwege de vervuiling en de beperkte beschikbaarheid op
langere termijn. Omdat er voorlopig geen uitzicht is op voldoende capaciteit
met alleen zonne-, wind-, water- en bio-energie, moeten deze bronnen
aangevuld worden met kernenergie. Kernenergie is duurzamer dan fossiele
brandstoffen en de vervuilingsproblematiek wordt steeds beheersbaarder.
Ook Nederland moet zijn steentje bijdragen aan een duurzaam Europa maar
de VVD is tegen eenzijdige Nederlandse maatregelen zoals de vliegbelasting
en de verpakkingsbelasting. Die zorgen voor een ongelijk speelveld in Europa
waardoor vliegmaatschappijen liever over de grens landen en opstijgen en
diensten en producten onnodig in prijs omhoog gaan zonder enig merkbaar
milieuvoordeel. Met dit soort maatregelen prijst Nederland zich uit de markt.
De VVD pleit voor een Europese aanpak, waardoor bedrijven niet
geconfronteerd worden door oneerlijke concurrentie uit de andere lidstaten.

10. Eén Europees asiel- en immigratiebeleid

Elk jaar spoelen duizenden migranten in gammele bootjes aan op de kusten
van Spanje, Italië en Malta. Europa kan deze toenemende stroom niet
opvangen, waardoor velen in de illegaliteit verdwijnen met alle sociale
gevolgen van dien. Het is tijd dat aan deze ongewenste situatie een einde
wordt gemaakt door gezamenlijk optreden van de Europese Unie.
De EU moet de immigratie beperken, waar mogelijk helpen de integratie te
bevorderen en de discriminatie bestrijden. Een land als Nederland of Spanje
mag niet meer eenzijdig een generaal pardon afkondigen. Want in een
gemeenschappelijke markt waar personen vrij kunnen reizen heeft dit voor
heel Europa gevolgen. Europa moet openstaan voor politieke vluchtelingen en
mensen die extra kennis brengen. Maar voor grootschalige migratie is geen
plaats. De VVD wil niet dat de EU en Nederland immigratiegebied zijn.
Om de migrantenstromen beter te beheersen moet, naast een strengere
grensbewaking en opvang in de regio, een Europese blauwe kaart met een
puntensysteem worden geïntroduceerd. Deze kaart volgt het Canadese
voorbeeld waarin het puntensysteem is gebaseerd op de vraag of de migrant
een economische meerwaarde vormt. De lidstaten van de EU bepalen samen
welke mensen ze nodig hebben om vacatures op te vullen. De lidstaten
moeten natuurlijk wel zelf kunnen blijven bepalen of en hoeveel
arbeidsmigranten ze op willen nemen.
Met deze prioriteiten wil de VVD de komende vijf jaar in het Europees
Parlement bijdragen aan een werkend Europa. Een Europa dat zich
voortvarend concentreert op zijn kerntaken, zodat Nederland en Europa ook
in de toekomst sterk, veilig en welvarend blijven.

Frits Bolkestein (voorzitter)
Pim van Ballekom
Ingrid de Caluwé
Wirt Groen
Ingrid Kloosterman
Melvin Könings
Jan-Meinte Postma
Dick Sluimers
Jeroen Reijnen (penvoerder)
Lucie Wigboldus (secretaris)

 

Peiling

Er gaan stemmen op in de gemeenteraad om onderzoek te doen naar het diftar systeem voor het ophalen van afval. Diftar is een gedifferentieerd tarief van de afvalstoffenheffing waarbij de gedachte is mensen met veel afval meer betalen dan degene met weinig afval. Afrekenen naar gewicht of frequentie. In het huidige systeem zit ook al een differentiatie maar dan op het aantal leden van een huishouding. Hierdoor wordt er ook al een beetje betaald naar de hoeveelheid dat er wordt aangeboden. Dit omdat je mag verwachten dat een éénspersoons huishouden minder afval produceert dan een gezin van drie of vier personen.